Zo breedsprakig als hij ook kan zijn zo bondig was het mailtje waarmee Sibbele Bonthuis donderdag 22 dezer te kennen gaf dat hij een punt zet achter zijn actieve schaakloopbaan: “Hallo. Ik stop met schaken, het is te vermoeiend en te onrustig in mijn hoofd. Ik wens Westergoo alle goeds toe en bedankt voor de schaakcollegialiteit. Misschien doe ik nog wel eens mee op koningsdag.”

Aan het eind van het seizoen 21-22 had hij een dergelijk besluit ook al eens kenbaar gemaakt, maar kwam daarop terug nadat zijn hulp was ingeroepen als tafelassistent bij ons jeugdtoernooi. “Ik probear ut toch noch mar un kear,” liet hij toen na afloop weten. Nu na het zoveelste onnodige stukverlies, verzuchtte hij te zullen stoppen met deze vorm van zelfkwelling. “Myn tiid het weest. Ik mut dit nyt mear wille. “

Op de terugweg naar IJlst -waar ik hem wekelijks oppikte en weer afzette- heb ik hem geprezen om zijn heldere analyse. Als het niet meer wil, dan houdt het op. Zo simpel is dat. Met dit nu vermoedelijk toch wel definitieve einde van Sibbele Bonthuis als clubschaker, neemt de schaakwereld afscheid van een waardevolle ‘member’.

Niet bij Westergoo maar wel elders in de schaakwereld tref je tegenwoordig steeds meer ‘consumenten’ aan. Schakers die weliswaar lid zijn van een vereniging maar die vrijwel uitsluitend noten op hun zang hebben. Recht op een tegenstander, recht op een plekje in een team, recht op goeie beslissingen van arbiters en ga zo maar door. En bevalt de gang van zaken hen niet dan verkassen ze naar een andere vereniging waar ze vervolgens eenzelfde gedrag gaan vertonen. Ik dit en ik dat en kom vooral niet aan mijn viercijferige zaligmakende heilscode ofwel mijn rating. Een enkeling poogt zelfs in verhalende vorm zijn voormalige vereniging zwart dan wel belachelijk te maken.

Sibbele was – en is natuurlijk gelukkig nog altijd- een hele andere persoon. Natuurlijk lag bij hem de prioriteit ook gewoon bij het winnen van zoveel mogelijk partijen. Maar daarnaast maakte hij zich verdienstelijk op velerlei terrein. Hij was in Elburg en Meppel en bij ons bestuurslid. Hij organiseerde toernooien, was arbiter bij KNSB-wedstrijden, hij leidde jeugd op, fungeerde als teamcaptain en was bovenal natuurlijk een mensen-mens. Van kampioen tot rode lantaarndrager, hij kende iedereen bij naam en maakte met iedereen een praatje, niet zomaar een beetje voor de vorm maar omdat hij geïnteresseerd is in de mensen om hem heen. Hij zou nooit Het Convent verlaten zonder Margritha even vriendelijk toe te spreken.

In het ‘medemens’ zijn ging Sibbele ver. Heel ver. Ik denk dat heel wat schakers buitengewoon spitsvondig zouden zijn in het vinden van verlegjes wanneer hen gevraagd zou worden bad- en logeerkamer voor een nachtje af te staan aan de bekende Russisiche schaker/zwerver die in het vorige decennium de gewoonte had in Nederland alle toernooien te bezoeken waar aanzienlijke geldprijzen te winnen waren. Sibbele draaide er zijn hand niet voor om en stelde in zijn woning een bed beschikbaar. “Maar ik heb hem eerst wel onder de douche gezet en ik heb hem op het hart gedrukt dat ie de jeugdspeler waar hij verrassender wijs in de eerste ronde van verloren had, de volgende ochtend fatsoenlijk zou feliciteren.” Sibbele ten voeten uit. De schakers zijn hem dank verschuldigd en zullen hem missen. Gelukkig heeft hij zelf de mogelijkheid geopperd om wellicht af en toe aan het traditionele Koningsdagtoernooi in Bolsward deel te nemen. Alleen daarom al moeten we als Westergoo alles in het werk stellen om dat evenement in stand te houden, zelfs wanneer ons koninkrijk een republiek zou worden.

HJD