garmen
Sinds de paradijselijke zondeval is de mens geneigd tot alle kwaad of wel ‘fouten makend’. Vooral tijdens het analyseren van een schaakpartij komt die menselijke tekortkoming veelal pijnlijk aan het licht, zeker als daar een computerprogramma aan te pas komt, maar meestal ook wel zonder. Zie bijgaande stelling. Zwart heeft zojuist 17. … Dh3 gespeeld. Hij valt daarmee de pion op f3 aan. Als wit dat slaan op f3+ toestaat valt daarenboven ook nog de loper op f7. Ik, als aanvoerder van de witte stukken, doorzag dat en speelde 18. De3. Pion gedekt en een dreiging op a7, gevaar geweken en aanval ingezet, zo meende ik. Stom natuurlijk, want ik laat mat in negen gewoon even liggen! In plaats van 18. De3 had ik met een gerust hart gewoon 18. Da5 kunnen doen. Daarmee dreig ik immers mat op c7! Wit kan de executie nog wel even uitstellen maar van uitstel komt ook in dit geval afstel: 18. …. Dxf3+ 19. Tg2 Dxg2+ 20. Kxg2 Lh3+ 21. Kxh3 Td7 (eindelijk is c7 gedekt!) De rest is eigenlijk kinderlijk eenvoudig: 22. Le6 Kb8 23. Lxd7 b6 24. Da6 Le7 25. Lc6 g6 (of wat ook) 26. Db7 schaakmat. Slordig. Had ik moeten zien.
In de partij volgde 18. De3 b6 19. Tg1 Le6 20. Pf4 en zwart abandonneert omdat hij een stuk verliest.