In mijn jonge jaren, dus lang geleden, had ik altijd redelijk veel belangstelling voor wat ik zou willen noemen ‘spelregelaangelegenheden’. Dat leidde er ooit toe dat ik in Groningen een cursus wedstrijdleider bezocht. Het examen legde ik met goed gevolg af. Volgens mij staat mijn naam altijd nog op lijstjes van mensen die tijdens wedstrijden en toernooien gerechtigd zijn als ‘scheidsrechter’ op te treden. Een beetje bizar, want ik heb mijn kennis van de spelregels in de loop der tijd niet op peil gehouden. Ik herinner me dat ik ooit een keer op een bijspijkercursus ben geweest, verzorgd door de welbekende Geurt Gijssen die vele malen wedstrijdleider was bij matches om het wereldkampioenschap. Sindsdien is het reglement herhaalde malen aangepast en ik moet eerlijk bekennen dat ik zeker enkele finesses maar ook al wat grondbeginselen uit het oog verloor.
Als eenvoudige clubschaker heb ik daar nooit enige hinder van ondervonden, want ik ben – voor zover ik mij herinner – nooit in conflictsituaties betrokken geweest. Dat zal mede het gevolg zijn van het feit dat de eigenlijke spelregels van het schaken in de loop der jaren geen grote wijzigingen hebben ondergaan. De aanpassingen die wel zijn doorgevoerd hebben – denk ik- vooral betrekking op het gedrag van de spelers. En juist op dat punt is voor mijn gevoel mijn kennis flink weggezakt, ook omdat ik bijvoorbeeld geen KNSB-wedstrijden speel. (Binnen de FSB wordt naar mijn waarneming minder met het mes op tafel gespeeld. Ter illustratie: op de bestaande commissie van beroep is al jaren geen beroep meer gedaan.)
Nog afgelopen dinsdag werd ik er door mijn tegenstander aan herinnerd dat mijn spelregelkennis achterloopt. Wat was het geval? Ik voerde op een zeker moment een zet uit, bracht het uurwerk van mijn tegenstander in werking, nam een slok thee, stond op, keek een beetje rond in de speelzaal, keerde toen terug naar mijn bord, stelde vast dat mijn tegenstander nog nadacht over zijn zet, beoordeelde nogmaals de stelling op ons bord en gaf toen mondeling te kennen dat ik eigenlijk wel remise overeen zou willen komen. Mijn tegenstander keek op en maakte mij erop opmerkzaam dat ik een dergelijke ‘aanbod’ op dat moment eigenlijk niet mocht doen. “Zie het reglement”, voegde hij eraan toe. Nederig mompelde ik -in oprechte onwetendheid- een verontschuldiging. Na afloop van de partij – die ik verloor maar dat terzijde- spraken wij er nog heel even over. “Sjoch mar wat dêroer yn it reglemint stiet”, herhaalde mijn tegenstander, waarna wij in goede harmonie en alvorens in de koude nacht ons weegs te gaan, aan de bar nog een alcoholische consumptie genoten.
De volgende ochtend - na het ontbijt, het ochtendblad en een kop koffie -was het eerste wat ik deed het raadplegen van de naar ik meen geldende Fide-regels voor het schaakspel, officiële Nederlandse vertaling 2023. Het werd een leerzame ochtend en ik was eigenlijk wel een beetje onder de indruk van de spitsvondigheid waarmee de verschillende artikelen ter zake het remiseaanbod zijn geformuleerd. Laat ik beginnen met het letterlijk overnemen van de ter zake doende artikelen uit het reglement:


In art 9.2.1.2 staat het volgende:
Een speler die remise wil aanbieden, dient dit te doen nadat hij/zij zijn/haar zet op het schaakbord heeft gedaan, en voordat hij/zij zijn/haar klok indrukt. Een remiseaanbod op elk ander moment tijdens de partij is wel geldig, maar moet worden getoetst aan artikel 11.5. Aan het aanbod kunnen geen voorwaarden worden verbonden. In beide gevallen kan het aanbod niet worden ingetrokken en blijft het van kracht totdat de tegenstander het aanneemt, het mondeling afwijst, het afwijst door een stuk aan te raken met de bedoeling er een zet mee te doen of het te slaan, of de partij op een andere wijze is beëindigd.
Artikel 11.5 Het is verboden de tegenstander, op welke wijze dan ook, af te leiden of te hinderen. Hieronder vallen ook onredelijke claims of onredelijke remisevoorstellen, of het maken van lawaai of het anderszins laten klinken van geluiden in het spelersgebied.

Met andere woorden: de manier waarop je een remiseaanbod moet doen is in het reglement beschreven. De vraag is vervolgens of er een man overboord is als je het anders doet? Eerlijk gezegd denk ik dat dat in de meeste situaties niet het geval is. De complicerende factoren zijn volgens mij de tweede zin van artikel 9.5.1.2 en het artikel waar naar wordt verwezen: 11.5.
In de tweede zin van 9.5.1.2. wordt geregeld dat een remiseaanbod op elk ander moment in de partij geldig is doch dat er een toetsing moet plaatsvinden aan artikel 11.5. En juist bij 11.5 worden de complicaties aanzienlijk. De regelgever introduceert daar de begrippen onredelijke claims en onredelijke remisevoorstellen. Wat daar onder te verstaan? De arbiter die het wel weet moet ingrijpen en een sanctie opleggen. Ik ben benieuwd of hieromtrent al jurisprudentie is ontwikkeld.
Zonneklaar is dat de speler die zonder te voldoen aan de hoofdregel (zetten, remise aanbieden, klok indrukken) op enig moment in de partij een enigszins redelijk remiseaanbod doet, hoeft hooguit een knorrige opmerking van zijn tegenstander te vrezen. Immers slechts het onredelijke aanbod geeft aanleiding tot sancties.
Het is goed dat het aanbod op ‘elk ander moment van de partij’ van kracht blijft. Immers ook de speler die een remiseaanbod ontvangt kan daar voordeel bij hebben, bijvoorbeeld als hij slechter staat en zijn handen met het behalen van een half punt mag dichtknijpen. Het zou gek zijn als het reglement in zo’n geval de remise-aanbieder beschermt omdat die ontijdig een remiseaanbod doet.
Conclusie: Het verdient de voorkeur remise aan te bieden volgens de beschreven procedure: zet uitvoeren, remise aanbieden, klok indrukken. Je bezorgt je tegenstander daarmee het minste ongerief. Doe je het op een andere manier (tijdstip) dan riskeer je wegens hinderen van de tegenstander een arbitrale ingreep. (Betreft het een redelijk aanbod dan is er niets aan de hand.) Met of zonder ingreep (waarschuwing, tijdstraf?) het aanbod geldt weldegelijk en kan door de tegenstander worden aanvaard. Het ontijdig gedane aanbod kan niet worden ingetrokken.
Eigenlijk toch heerlijk die regelgeving. Ik moest me er maar weer eens in gaan verdiepen. Mocht ik het reglement overigens verkeerd interpreteren -wat ik niet op voorhand uitsluit- dan hoor ik graag reacties.
HJD