Een boekje uit de kast 13 (deens)

Omdat we er tegenwoordig familie hebben wonen, belandden we deze week in Kopenhagen. Mooie stad met veel bezienswaardigheden, van minuscuul zeemeerminnetje op een rots tot fraaie parken, bijzondere woonwijken, musea en kerken. Net als bij ons zijn niet alle kerken meer op de traditionele wijze in gebruik. Eentje, een vrij kleine in het centrum van de stad, kreeg een nuttige herbestemming als tweedehands boekenverkooppunt. Terwijl zij haar aandacht vestigde op vrij onnutte zaken als nieuwe schoenen, dure tassen en Scandinavische truien, mocht ik van de echtgenote even een half uurtje tussen de boeken ronddwalen. Onder het mom ‘do kinst der ommers dochs neat fan lêze’, achtte zij dat lang genoeg. Ze – de schat- wil nog wel eens vergeten dat de taal van het schaken internationaal is. En ze kent nog niet de jongste zegeningen van google -translate. Met die app kun je de camera van je IPhone op een tekst richten en die wordt dan nagenoeg letterlijk vertaald naar -in mijn geval- het Nederlands. Zo wordt zelfs een lastige taal als het Deens ontcijferbaar. Een geweldige ontwikkeling!
Het voorraadje schaakboeken in de voormalige kerk was bescheiden. Drie wist ik er te traceren. Eentje zegt thans ‘baas’ tegen mij. Ik heb de vorige eigenaar een bescheiden bedrag overgemaakt, neem het over enkele dagen mee naar huis en zal er voortaan goed op passen. Tryllerier paa Skakbraettet, heet het boekje, hetgeen zoiets betekent als ‘magie op het schaakbord’. Het werd samengesteld door Ved. E. Christiansen en in 1951 uitgegeven door Berlingske Vorlag te Kobenhavn. Het boekje bevat 70 partijfragmenten die in het verleden in de match- en toernooipraktijk op het bord zijn verschenen. “En dat is veel mooier dan de geconstrueerde problemen die we binnen de schaakwereld ook kennen”, zegt de auteur in het voorwoord.


Twee fraaie voorbeelden.

Euwe


Het eerste heeft een nationaal tintje. Onze dr. Max Euwe zien we in actie tegen dr. Vidmar. Euwe staat met zwart op het punt om zijn tegenstander mat te zetten, maar Vidmar heeft met wit aan zet zijnde een ‘mat in vier’ voor hem op de plank liggen.
1. … Txf8 2. Kxf8 Pf5+!! 3. Kg8 Df8+ 4 Kxf8 Td8 mat. De schrijver vermeldt niet waar en in welk jaar dit toch wel sterke staaltje zich afspeelde. Door even te googlen kwam ik er echter al snel achter dat een en ander zich afspeelde tijdens de eerste ronde van het toernooi in Karlsbad, 1929.

Capablanca

2. In het tweede voorbeeld zien we Capablanca in actie tegen NN. Zwart is aan zet en weet beslissend materieel voordeel te behalen. Dat gaat – heel elegant- als volgt:
1. …. Tf1+ 2. Txf1 en dan volgt het verrassende 2. … Dh2+ Als wit met de koning naar f2 gaat volgt g1 D of gxf1 D, hetgeen in beide gevallen tot groot materieel verlies lijdt. Na Kxh2 volt gxf1 Paard en schaak en dameverlies. Met een paard meer is de winst aansluitend een peulenschilletje.
Het boekje staat vol met dit soort fraaie staaltjes. Ze bieden troost op de hotelkamer terwijl een druilerige avond neerdaalt over Kopenhagen en je je te oud voelt om het bruisende nachtleven van de Deense hoofstad nog onveilig te maken.  (HJD)