Moeilijke stelling

open lijn

Karel Appel indachtig, rotzooi ik over het algemeen maar wat aan. Meestal zit er wel een gedachte achter, maar die gedachte is niet altijd steekhoudend. Bijgaande stelling kreeg ik (met wit) dinsdag in de eerste ronde van de KO-competitie op het bord. Wat er over te zeggen? Voor zwart lijkt de korte rokade tamelijk ver weg. Zelf heb ik met mijn laatste zet (Tf1) die koning-toren-wissel (0-0) ook uitgesloten. Voorts lijkt het te gaan om het veld f5. Wit heeft daar drie stukken op gericht, zwart evenwel vier en dus lijkt de opmars f4-f5 niet opportuun. Vaag verwacht ik echter kansen over de diagonaal a8-h1 en besluit derhalve tot 17. Dg2. Zwart antwoordt met 17. .. a6-a5. Onder het motto ‘it giet net om in boerepleats’ trek ik de stoute schoenen aan. 18. f4-f5 g6xf5 19. g4xf5 e6xf5 20. Pg3xf5 Pe7xf5 21. Pc3xd5. (Wie a zegt moet ook b durven zeggen.) Zwart neemt geen gas terug: 21….. Pf5xe3 22. Pd5-f6+, wat moet ik anders? Ik sta al twee stukken achter, mijn dame en toren staan in en op c2 dreigt een lelijk vorkje. Maar zelf heb ik natuurlijk ook nog wel wat ijzers in het vuur. Ik dreig op a8 te slaan en de zwarte dame staat aangevallen en daarenboven: zwart staat schaak. Hij besluit tot 22. … Kd8. Zonder na te denken antwoord ik met 23. Dxa8. De zwartspeler laat zich en lelijk woord ontglippen, daarmee aangevende dat hij deze zet niet had zien aankomen. En manmoedig geeft hij enkele ogenblikken later op. Gezien de materiele verhouding op het slagveld is dat mogelijk toch wat prematuur. Immers zwart heeft nog altijd twee stukken tegen een toren en een pion. En met Dd7-c8 lijkt ook de dame behouden te blijven. Toch geloof wel dat de ‘engine’ de overgave zal rechtvaardigen. Er gaat nog een pion naar de Filistijnen (na Dc8 volgt Dxa5+) en met Tf2 kan veel onheil worden voorkomen. Aan de bar bij Margaritha wachtte als altijd troost. Gelukkig maar. (HJD)

 Klik hier voor analyse in de browser