Een boekje uit de kast (11)

Scan 20210628 

Boekje nummer elf dat uit de kast kwam heeft een verrassend fris uiterlijk maar is toch al bijna een halve eeuw geleden verschenen. Oorspronkelijk stamt het zelfs uit 1957 en is daarmee een jaartje ouder dan als de huidige eigenaar. Het is getiteld Logical Chess Move by move. Het werd geschreven door Irving Chernev en is uitgegeven door Faber en Faber, 3 Queen Square London. Het maakt onderdeel uit van een serie schaakboeken met titels als The Most Instructive Games of Chess Ever Plaid, Practical Chess Endings en Winning Chess. En ook niet onbelangrijk, de schrijver droeg het boek op aan zijn echtgenote. ‘For my wife’ staat er nadrukkelijk op een van de eerste bladzijden. Het is niet duidelijk wat de schrijver daar precies mee bedoelt. Hoopt hij dat zijn vrouw het boek met veel genoegen zal lezen en er veel van gaat opsteken? Of is het meer bedoeld als ‘doekje voor het bloeden’. Zo van: door het schrijven van het boek heb ik onze relatie lange tijd verwaarloosd, laat ik het goed maken door het boek aan haar op te dragen? Te vrezen valt dat dat laatste het geval is geweest. Het samenstellen van het boek moet de schrijver namelijk nogal wat tijd hebben gekost. Het werk bevat 33 schaakpartijen die van zet tot zet worden becommentarieerd. Wat is (vermoedelijk) de gedachte achter iedere zet van zowel wit als zwart en wat valt over die gedachtegang op te merken. Al met al leverde dat best een boek op waar ook zestig jaar na verschijnen spelers van verschillend niveau wat van kunnen opsteken. Een leerzaam werkje derhalve met echter een groot nadeel: die vermaledijde Engelse notatie. Zoals bekend hebben Engelsen veel bijzondere tradities en zijn ze geneigd daar sterk aan vast te houden. Denk aan het links rijden in het verkeer, het politieke bestel, het rechtssysteem, het ingewikkelde geldstelsel en ga zo maar door. En eeuwenlang ook hebben ze schaakpartijen op hun eigen bijzondere wijze genoteerd. Wie een Engels schaakboek van laten we zeggen voor 1990 onder ogen krijgt, kan er donder op zeggen dat niet ons algebraïsche systeem van noteren is toegepast maar de Engelse notatie. P-k4 in plaats van e4 en B- B5 in stede van Lf5.
In het onderhavige boekje wordt er overigens niet zo moeilijk overgedaan. Op zegge en schrijve een pagina wordt uitgelegd hoe de Engelse notatie in elkaar steekt. Er worden acht zetten – vier witte en vier zwarte- weergegeven en vervolgens verschijnt een diagram. Als de lezer door de zetten na te spelen een stelling op het bord heeft gekregen die overeenstemt met het diagram, dan – zo concludeert de schrijver- weet u hoe de Engelse notatie werkt. Persoonlijk vind ik dat een beetje kort door de bocht, maar er zit anderzijds ook wel weer wat in. En vergelijken we deze uitleg met de uitleg die het Fide-reglement geeft bij het ons bekende algebraïsche systeem, dan valt op dat De Fide heel wat meer papier nodig heeft om alle ins en outs uit de doeken te doen, namelijk liefst twee A4-tjes. Inmiddels is ‘ons’ systeem als standaard voorgeschreven bij internationale wedstrijden, hetgeen natuurlijk onverlet laat dat het een ieder vrijstaat in boeken, tijdschriften e.d. de Engelse notatie te blijven gebruiken. Ik denk dat dat in het uit de Europese Unie getreden Engeland nog veel voorkomt. En dat heeft ook wel weer wat, een beetje eigenzinnigheid in een wereld waar al zo veel op elkaar lijkt. (Overigens lees ik op internet dat eind vorige eeuw van Logical Chess een versie met de algebraïsche notatie is verschenen.)
Het boek bevat een ‘Nederlandse’ partij, gespeeld tussen Noteboom en Doesburg in 1931. Hieronder die partij in de Engelse notatie. Mocht u er niet uitkomen dan kunt u twee dingen doen. Even op internet kijken hoe de Engelse notatie ‘werkt’ of kennisnemen van de weergave van de partij zoals wij die gewend zijn.
1. P-Q4 P-Q4 2. P-QB4 P-K3 3. Kt-QB3 Kt-KB3 4. B-Kt5 QKt-Q2 5. P-K3 P-B3 6. P-QR3 B-K2 7. Q-B2 0-0 8. Kt-B3 P-QR3 9. R-Q1 R-K1 10. B-Q3 PxP 11. B x BP P-Kt4 12. B-Q3 P-R3 13. B x Kt Kt x B 14. 0-0 B-Kt2 15. Kt-K4 Kt x Kt 16. B x Kt P-KB4 17. B-Q3 Q-Kt3 18. R-B1 QR-B1 19. P-QKt4 Q-Q1 20. Kt-K5 P-QR4 21. Q-Kt3 B-Q3 22. B x BP Q-B3 23. B-Kt1 B x Kt 24. P x B Q x KP 25. R-B5 P-R5 26. Q-R2 Q-Q3 27. Q-B2 R (B1)-Q1 28. Q-R7ch K-B1 29. B-Kt6 resigns.

1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 Pf6 4. Lg5 Pbd7 5. e3 c6 6.a3 Le7 7.Dc2 0-0 8.Pf3 a6 9. Td1 Te8 10. Ld3 d5xc4 11. Lxc4 b5 12. Ld3 h6 13.Lxf6 Pxf6 14. 0-0 Lb7 15. Pe4 Pxe4 16. Lxe4 f5 17. Ld3 Db6 18. Tc1 Tac8 19.b4 Dd8 20. Pe5 a5 21. Db3 Ld6 22. Lxf5 Df6 23. Lb1 Lxe5 24. dxe5 Dxe5 25. Tc5 a4 26. Da2 Dd6 27. Dc2 Tcd8 28. Dh7+ Kc8 29. Lg6 en de zwarte koning treedt af.

Als ex-liefhebber van het oplossen van schaakproblemen, lees ik nog altijd trouw de schaakrubriek van Dolf Wissmann in het Friesch Dagblad. Wekelijks bevat zijn rubriek ‘ter oplossing’ een twee- of driezet en soms een help-of zelfmat. Opgave 3836 wist ik op te lossen en voor de grap zond ik Dolf de oplossing in de Engelse notatie. Wissmann was not echt ‘amused’. ‘O nee he’, verzuchtte hij. Daarmee aangevend dat het altijd extra moeite kost om de Engelse notatie te ontcijferen. Nauwkeurig als hij is, ontdekte hij in de door mij gegeven oplossing een klein foutje. Ik had Q en K-side verwisseld. Hij zegde toe mij dit foutje niet euvel te duiden zodat ik toch weer wat ladderpuntjes bijeen heb weten te sprokkelen.
HJD