Commissaris van materiaal: toch nog in glansrol


Laten we eerlijk zijn, het statutair veelal voorgeschreven vijfde bestuurslid van een schaakclub hing er altijd een beetje bij. De functies van voorzitter, secretaris, penningmeester en wedstrijdleider waren duidelijk. Maar de taak van de vijfde bestuurder hoe moest die omschreven worden als het niet zonneklaar ging om een jeugdleider of een pr-functionaris? Veelal werd er gekozen voor aanduidingen als ‘algeheel adjunct’ of  ‘bestuurslid algemeen’. Bij Westergoo werd vaak voor de aanduiding ‘commissaris van materiaal’ gekozen. Het beestje moest om het een tikje oneerbiedig te zeggen toch een naam hebben nietwaar?De taak van de commissaris was beperkt. Hij moest aan het begin van het seizoen het materiaal aan een inspectie onderwerpen. Als alle doosjes 32 stukken en alle borden 64 van elkaar te onderscheiden velden bevatten en de bijbehorende klokken naar behoren functioneerden, dan zat zijn uitvoerende taak erop. Feitelijk hoefde hij dan alleen nog maar voor te zorgen dat tijdens de sporadische bestuursvergaderingen het aantal aanwezige bestuursleden oneven was zodat bij een eventuele stemming de stemmen niet zouden staken. 

Nu, na ruim 150 jaar georganiseerd schaakleven in Nederland is het eindelijk zover dat de ‘bijzitter’ uit de schaduw treedt en een hoofdrol binnen de vereniging krijgt toegewezen. En dat allemaal door een klein onzichtbaar beestje dat in China de kop op stak en inmiddels alles en iedereen in zijn greep houdt: het coronavirus. Want let maar op wat er straks gaat gebeuren, als de commissaris van materiaal zijn rol daadwerkelijk pakt dan draait het op de clubavond niet meer om de wedstrijdleider, laat staan om de voorzitter of de secretaris of de penningmeester, maar om hem en niemand anders.

Ver voor aanvang van de clubavond zal hij al in de speelzaal aanwezig zijn om vervolgens alle acties uit zijn draaiboek na te lopen. Werkt de ventilatie naar behoren, is de routing in het gebouw duidelijk met pijlen aangegeven, zijn de toiletten goed ingericht, staan in de speelzaal de tafels anderhalve meter uitelkaar, voldoen de looppaden aan de voorgeschreven breedte (drie meter!), zijn alle borden, stukken en klokken gereinigd en staat het spuitbusje met ontsmettingsmiddel gereed bij de deur? En vervolgens zal hij zelf bij de ingang plaatsnemen om ieder lid te begroeten maar vooral om ze aan een verhoor te onderwerpen: heb je klachten, kun je goed ademhalen, loopt je neus niet, kun je nog wel goed ruiken en hoe smaakte je maaltijd? 

Het is maar zeer de vraag of de man zelf aan het spelen van een partij toekomt. Vermoedelijk niet. Hij zal het druk hebben met het houden van toezicht. Houdt iedereen zich aan de regels? Worden bij aanvang van de partijen er geen handen geschud, hoest iedereen wel in zijn elleboog en houdt men zich aan de voorgeschreven afstanden? En aan het eind van de avond, als alle clubleden hun borreltje aan de bar hebben genoten en inmiddels al lang onder wol liggen, dan zal de commissaris van materiaal in het clublokaal nog druk aan het werk zijn. Alle stukken moeten immers alvorens ze opgeborgen mogen worden grondig gereinigd zijn. Wat we ons daarbij moeten voorstellen? Ik denk een teiltje met een lauw sopje, een afwasborstel en een geblokte vaatdoek.  En de commissaris van materiaal, hij zal in ons aller achting stijgen als de man waar alles omdraait binnen de schaakvereniging. Toch nog!   HJD