Fide regels: lean noch duurzaam

Ik had dinsdag het genoegen te mogen spelen tegen een oud-lid van Westergoo. Hij had in de vroege avond een bijeenkomst in Het Convent bezocht en liep na afloop nog even onze speelzaal binnen. Omdat ik op oneven stond speelden we een potje. Ik kon wel merken dat hij het spelletje nog niet was verleerd. Misschien speelde hij wat te snel waardoor bepaalde finesses hem ontgingen. Ik won vrij eenvoudig. Maar daar wilde ik het eigenlijk helemaal niet over hebben. Wel over het volgende. Mijn tegenstander heeft volgens mij niet veel werkervaring binnen het bedrijfsleven of de overheid. Niettemin manifesteerde hij zich dinsdag op een wijze die momenteel erg 'in' is bij werkend Nederland. Ik doel op het 'leane' werken. Dat wil zoveel zeggen als: de arbeid zo efficiënt mogelijk organiseren en stoppen met allerlei overbodige handelingen. Legers dure consultants worden ingevlogen om het de werknemers en de ambtenaren bij te brengen.
Waarin mijn tegenstander dan zo lean was? Welnu, in het noteren van de partij. Hij noteert niets overbodigs. Waar wij Pc3 schrijven volstaat hij met Pc. En dat kan eigenlijk ook best want wie vanuit de beginstand zijn paard naar de c-lijn dirigeert kan niets anders doen dan dat paard naar c3 spelen. Het noteren van de '3' is dan ook een overbodige handeling. Wie er even voor gaat zitten merkt al snel dat er in de schaaknotatie heel veel overbodige informatie wordt verstrekt. Een pionzet als e4-e5 wordt veelal al verkort tot e5, maar wat zou er mis kunnen gaan als men zich beperkt tot het hele simpele 'e' ? Er wordt geen stuk genoemd dus gaat het om een pionzet en wat kan een pion die op e4 staat, en die geen vijandig stuk slaat, anders doen dan gaan naar e5? Niets. Dus volstaat de notatie 'e'.

Als voorbeeld de schitterende partij tussen Ivanchuk en So uit het laatste Tata Chess:

In de normale notatie ging het zo.
1.e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Le7 6. Te1 b5 7. Lb3 0-0 8.h3 Lb7 9. d3 d5 10. exd5 Pxd5 11. Pbd2 Dd7 12. Pxe5 Pxe5 13. Txe5 Pf4 14.Pf3 Pxg2 15. Kxg2 a5 16. Txe7 Dxe7 17. c3 Ta6 18. d4 Tf6 19. d5 a4 20. Lc2 Td8 21. De1 Dd7 22. Pg5 h6 23. Pe4 Tg6+ 24. Kh2 f5 25. Pg3 Dxd5 26. Dg1 Df3 opgegeven door wit (156 tekens)

 

De ultra korte notatie luidt:
1. e4 e5 2. Pf Pc 3. Lb a6 4. La Pf 5. Kg Le 6. Te b5 7. Lb Kg 8. h3 Lb7 9. d3 d5 10. e Px 11. Pbd2 D7 12. Px Px 13. Tx Pf4 14 Pf Pxg 15. Kx a 16. Tx7 Dx 17. c3 T6 18. d Tf 19. d a 20. Lc2 Td8 21. De1 D7 22. Pg5 h6 23. P4 Tg+ 24. Kh2 f5 25. P3 Dxd 26. Dg Df3 opgegeven door wit (111 tekens)

 

Van 156 naar 111 tekens. Dat is een reductie met een derde. Ofwel, wie normaal drie pennen verslijt met het noteren van schaakpartijen heeft nu maar twee nodig. Een geweldige besparing waar men in het bedrijfsleven en bij de overheid van zou watertanden! En ook nog eens uiterst duurzaam!

Er is nog een vraag die beantwoord moet worden. Mag volgens de regels van de Fide de ultra korte notatie gehanteerd worden? Als altijd is het antwoord op die vraag genuanceerd. Volgens mij zit het zo: Een ieder mag kiezen de notatievorm die hij wil, echter als hij zijn notatie wil laten dienen als bewijs voor een claim (bijvoorbeeld drie keer dezelfde stelling) dan kan dat alleen indien de algebraïsche notatie wordt gehanteerd. En onder de algebraïsche notatie wordt verstaan: de aanduiding van het gespeelde stuk alsmede het veld van aankomst. Dus 1. Pc3 en niet 1. Pc. Met andere woorden: ultra kort mag, maar je kunt er niet mee claimen. Een goeie reden om althans in officiële wedstrijden toch maar gewoon te kiezen voor 'algebraïsch' . De Fide-regels zijn lean, noch duurzaam. Het zij zo. HJD