Na het voetbal: Heelheid

foto copyVrijdag is om meerdere redenen eigenlijk de mooiste dag van de week. In de eerste plaats natuurlijk omdat het weekend aanstaande is en er dus twee vrije dagen in het verschiet liggen. De vrijdag is echter ook een mooie dag omdat mijn buurman zo goed is om iedere week de schaakrubriek uit zijn Friesch Dagblad te knippen en die vervolgens in mijn brievenbus te deponeren. Als ik 's middags vermoeid van mijn werk thuiskom tref ik doorgaans het knipsel op de deurmat. Een moment om naar uit te kijken, vooral omdat de samensteller van de rubriek –Dolf Wissmann van Emanuel Lasker- mij –en de andere lezers- iedere week weer uitdaagt met een schaakprobleem. Dolf is een groot kenner van het genre en selecteert vrijwel iedere keer een fascinerend vraagstuk.
Ik weet dat maar weinig partij-schakers veel op hebben met het oplossen van problemen. Ik begrijp dat nooit. Ook de partijspeler moet ieder moment op zoek naar de meest efficiënte zet en met het oplossen van problemen is dat niet wezenlijk anders. Dus daar kan de weerstand niet vandaan komen. En daar komt bij dat het oplossen van een probleem eigenlijk nog veel meer voldoening geeft dan het winnen van een reguliere partij. Wie een partij in zijn voordeel beslist weet vrijwel altijd zelf wel dat de zege mede tot stand is gekomen door zwakke manoeuvres van de tegenstander. Bij problemen heb je dat niet. De partij die mat gaat – en dat is meestal zwart- maakt geen enkele fout. Hij kiest steeds de beste voortzetting maar niettemin moet hij het onderspit delven. En dan de voldoening na het vinden van de oplossing. Even ziet het leven er geordend uit. Alles staat op z'n plaats. Geen storende intermezzo's van buitenaf. Compleet. "Heelheid van de schepping" zou waarschijnlijk een theoloog zeggen. Kortom, ik ben een liefhebber, maar dat had u al begrepen.

Neem nou het probleem (nr. 3280) uit de krant van 27 juni jl. Een mooie simpele stelling met een beperkt aantal stukken op het bord. Niettemin heb ik er behoorlijk wat uurtjes in moeten steken om achter het ' geheim' te komen. Wit geeft mat in vier. Laat ik zo vrij zijn om –ondanks het feit dat de inzendtermijn nog niet verstreken is- u de oplossing even voor te schotelen. (Sorry Dolf)
Het begint met Td7. Dat dreigt mat op d8. Zwart kan dat alleen voorkomen door zijn dame naar de achtste rij te verplaatsen. (Df8, Dg8 of Dh8) De witte kunst is nu om die dame daar vandaan te lokken. Dat gaat als volgt: ....Df8 2. Da3+ Ta4 3. Df3+ Als zwart nu niet met de dame neemt slaat wit op f8.
Gaat de zwarte dame naar g8, dan moet de witte manoeuvre iets anders ingestoken worden 2. Da2+ Ta4 3. Dg2. Zelfde verhaal. Gaat de zwarte dame naar h8 dan volgt 2. Da1. Weer moet de toren er tussen en dan is 3. Dh1 dodelijk voor zwart. Merk op de prachtige spiegeling over de lange diagonaal a8-h1.
Ik kan u echt aanraden af en toe de vrijdag-editie van het FD op te kop te tikken en er eens voor te gaan zitten. Genot verzekerd. (HJD)