Over mazzel, skûtsjes en mat in één en meer

Rijs 1

Door het oog van de naald kroop ik afgelopen dinsdag weer eens. In de wedstrijd tegen Rijs en spelend (met zwart) tegen de goedmoedige Douwe Tjerkstra (met wit) was de bijgaande stelling op het bord ontstaan. Douwe had zojuist schalks zijn loper naar h3 gespeeld, daarmee natuurlijk zinspelend op f6+. Ik moet dan het schaak van mijn koning op heffen waarna die vorst onmiddellijk weduwnaar wordt want Douwe slaat de koningin op c8 met zijn loper. Ik doorzag het valletje en speelde nagenoeg a tempo f6 en meende daarmee de dreiging afdoende gepareerd te hebben. Uit de zetten die volgden lijkt dat een correcte conclusie. Echter thuisgekomen en na de ‘engine’ geraadpleegd te hebben, werd mij duidelijk dat ik hier door het oog van de naald ben gekropen. Na het mijnerzijdse f6 had Douwe doodgemoedereerd Pf7! kunnen spelen. Alleen al de schoonheid van de zet en het feit dat ik nog maar weinig tijd tot mijn beschikking had, had mij vermoedelijk ogenblikkelijk tot de overgave doen besluiten. En terecht. Kijk maar wat mij allemaal boven het hoofd hang. Het paard met de koning nemen gaat niet omdat dan fxg6 volgt met opnieuw dameverlies. En speel ik de toren van d8 waar dan ook naar toe, dan valt de witte dame binnen op h6 met ogenschijnlijk desastreuze gevolgen. Uit de computeranalyse blijkt dat ik na Pf7 nog het beste Th8 had kunnen doen, maar daar was althans ik met mijn gebrekkige kennis van het spel zeer vermoedelijk – ook gezien de tijd- niet achter gekomen. In werkelijkheid volgde 27. Pg4 g5 28. Td1 Td4 29. Lg2 Le2 30. Txd4 cxd4 31. Dxc8 Txc8 32. Pf2 d3 en de wapenstilstand werd getekend. Tjerkstra is gezien de ontstane stand op het bord wel tevreden en mijn drijfveer was vooral de stand in de wedstrijd. Het verworven halfje bracht ons het zoet der overwinning: de teamzege. En daar draaide het dinsdag om.


Skûtsjes
De meisjesnaam van de echtgenote van de bekende na-oorlogse schaker Theun van den Tol luidde Van der Plaats. Ik meen dat het schaakpublicist Siep H. Postma was die ooit schreef dat dat een naam was die geurde naar koffie. Zeker in Bolsward en omstreken werd die aanduiding begrepen, in Bolsward stond immers de fabriek waar men koffie (en overigens ook thee) produceerde onder de naam Van der Plaats. De naam van mijn tegenstander van afgelopen dinsdag (Douwe Tjerkstra, zie hierboven) druipt als het ware van de Friese nationale sport: het skûtsjesilen. Ik heb nooit veel aardigheid aan het zeilgebeuren gehad, maar nadat ik zaterdag kennisnam van het artikel in de lc over de strijd die woedt rond het skûtsje genaamd De Grutte Pier, heeft het folkloristisch evenement voor mij helemaal afgedaan. Een stelletje Friese oligarchen voor wie een briefje van duizend meer of minder geen enkele rol speelt, zitten mekaar een beetje de loef af te steken en spelen op kosten van de Nederlandse belastingbetaler wat patserige spelletjes met elkaar voor de toch al overbelaste vaderlandse rechtbanken. Ik zou zeggen, net als met die schepen van de Russische miljardairs, aan de ketting met die skûtsjes en voorlopig niet weer los-laten. Maar dit terzijde en terug naar het schaken.

Mat in een
Dinsdag waren -als ik het goed heb- er drie partijen die eindigden door mat in één. En dat is altijd een beetje lullig het onderspit delven. Zonder het zelf in de gaten te hebben plotseling veroordeeld worden tot een plaatsje aan de bar. Er zijn boeken over vol geschreven. Merkwaardigerwijs, want in tegenstelling tot combinaties zijn ‘matten in een’ vaak helemaal niet spectaculair en eigenlijk per definitie het gevolg van onoplettendheid. In mijn overigens bescheiden bibliotheekje bevindt zich het werkje “1 Move Checkmates’ van de hand van Eric Schiller. Het boekje bevat 200 stellingen waarin met een zet de partij wordt beslist. Ik denk dat alle Westergooers binnen vijftien seconden alle ‘vraagstukjes’ oplossen vooral omdat ze de matbeelden herkennen. Voor beginners is het boekje wel leerzaam, juist om de kennismaking met al die matbeelden.
Een ander boekje dat ik in dit verband onder aandacht wil brengen is ‘One move chess’ van de auteur Bruce Pandolfine. Anders dan de titel doet vermoeden gaat het hier niet om ‘matten in één’ maar om briljante zetten van twaalf wereldkampioenen. Of het een leuk boekje is? Gaat. Deze van Aljechin is wel aardig.

 Rijs 2

Wit wint door Dg6! Er dreigt 1. Dxg7. 1. … hxg6 gaat niet vanwege Th3 mat. 1. … fxg6 wordt gevolgd door Pxg6, hxg6 en Th3. Tg8 tenslotte Dxh7 Kxh7 en Th3 mat.

 Rijs 3

Maar deze van Smyslov is wat magertjes: De wereldkampioen speelde in 1957 in Wenen tegen Filip 1. Df5 en zwart gaf op omdat hij het mat op g4 of h3 niet kon voorkomen. Na …Tg7 of Tg8 wordt het beslist door Th4+ En Dg4 mat. Wit kan ook gewoon beginnen met 1. Th4+. Zwart moet op h4 nemen en dan is Df4+ gevolgd door Kh5 en Dg4 mat. Neven-oplosbaar ofwel: meerdere wegen die naar Rome leiden.

 Rijs 4

Aardig vind ik deze. Ook van Smyslov: 1. Tf7 Kh8 . 2. De8 is niet afdoende vanwege Dg8 maar Dc8! leidt wel tot winst. Na 2. ... Dg8 volgt 3. Dxc3 en tegenstander Hubner is in 1983 in Velden uit zijn lijden verlost.

Schaken, een boeiend spelletje blijft het!

HJD